Bewerking

Samenstelling cornea

De cornea (hoornvlies) is het doorzichtige voorste deel van het oog waardoor het licht naar binnen valt. De cornea bestaat uit drie basale lagen: epitheelcellen (buitenkant), stromacellen en endotheelcellen (binnenkant). De endotheelcellen zorgen ervoor dat de cornea helder blijft.

Uitname

Voor cornea’s neemt het uitnameteam de hele oogbollen uit. Deze worden vervolgens in een steriel containertje, gekoeld en met wat fysiologisch zout vervoerd. Dit om te voorkomen dat de endotheelcellen, die cruciaal zijn voor het functioneren van de cornea, schade oplopen. Alleen met voldoende levende endotheelcellen is een cornea bruikbaar voor transplantatie.

Preservatie

Een medewerker van de Cornea Bank inspecteert de oogbol met een spleetlamp, een soort microscoop waarmee de medewerker delen van het oog in detail kan onderzoeken. Daarna snijdt hij of zij in de flowkast de cornea uit.

Een cornea moet meer dan 2300 levende endotheelcellen per vierkante millimeter bevatten om deze te kunnen gebruiken voor transplantatie. De medewerker van de corneabank telt daarom met behulp van een microscoop het aantal cellen. Is dit voldoende, dan wordt de cornea in een flesje bewaarvloeistof overgebracht en bewaard in een stoof met een temperatuur van 31°C. Deze vloeistof zorgt ervoor dat eventuele micro-organismen afkomstig van de donor worden geïnactiveerd, maar dat de endotheelcellen in leven blijven.

Alles in het proces is er dus op gericht het aantal levende endotheelcellen zo hoog mogelijk te houden, zodat de cornea na transplantatie helder is en de ontvanger weer goed kan zien.

Technische ontwikkelingen: lamellen

Transplantatie van cornea’s heeft als doel de integriteit en helderheid van de cornea te herstellen, het zicht te verbeteren of pijn te verminderen. Naast volledige corneatransplantaties (perforerende keratoplastiek) wordt steeds meer de lamellaire keratoplastiek toegepast.

Alleen het beschadigde deel wordt dan vervangen door een lamellair transplantaat. Vroeger sneed de chirurg zelf de lamellen op de operatiekamer, maar tegenwoordig snijdt de corneabank deze lamellen van tevoren.

Voor klinische toepassing worden diverse soorten lamellen onderscheiden. Posterieure lamellen (pre-cut DSAEK en pre-stripped DMEK) en anterieure lamellen (ALKP en DALK).