Bewerking

Preparatie

Dissectie van het hart (het uitprepareren van de grote bloedvaten) moet binnen 40 uur na circulatiestop worden uitgevoerd. Om aseptische omstandigheden te garanderen vinden alle handelingen aan het hart en kleppen plaats in een “laminar air flow cabinet” ook wel LAF kast genoemd, die is geplaatst in een clean room.

De door de Heart Valve Bank geprepareerde hartkleppen bestaan uit een spierrok (myocardiaal weefsel) en een bloedvat (vasculair weefsel) met op de grens daartussen de klep. Deze bestaat uit drie klepslippen die zijn bedoeld om te voorkomen dat bloed terugstroomt in het hart, nadat het bloed richting de longen of het lichaam gepompt heeft.

Om vast te stellen of een hartklep geschikt is voor transplantatie wordt de morfologische en anatomische status beoordeeld. Wanneer de kwaliteit van de klep onvoldoende is voor implantatie, wordt deze afgekeurd en niet verder in behandeling genomen. De geschikt geachte hartkleppen worden gedecontamineerd met een antibioticamengsel, gedurende zes uur bij 37°C.

Na de decontaminatie wordt het weefsel klaargemaakt voor het invriezen. Hiertoe wordt de klep gedurende een half uur geïncubeerd in medium met 10% dimethylsulfoxide (DMSO), ook wel preservatie- of invriesmedium genoemd. De klep wordt ingesloten in een ondoorlaatbare folie dat bestand is tegen extreme koude. Het invriesproces verloopt gecontroleerd. Het weefsel wordt vervolgens overgebracht naar het opslagvat en geplaatst in de damp van vloeibare stikstof. Het invriezen van de weefsels moet binnen 48 uur na circulatiestop aanvangen. Op deze wijze kan het weefsel maximaal vijf jaar worden opgeslagen.

Veiligheidstesten

Om overdracht van (virus)ziekten van de donor naar de ontvanger te voorkomen, wordt bij het uitnemen van organen en weefsel bloed afgenomen voor serologische testen op diverse ziekteverwekkers. Tevens onderwerpt een klinisch patholoog het restant hart (na het verwijderen van de hartkleppen) aan een grondig histopathologisch onderzoek om ontstekingen aan het hart, zoals endocarditis en myocarditis, en bindweefsel ziekten, zoals de Ziekte van Marfan, uit te sluiten.

Daarnaast wordt de microbiologische veiligheid van het weefsel beoordeeld. Microbiologische besmetting van het hartweefsel  voor decontaminatie kan mogelijk nog resulteren in het goedkeuren van weefsel, afhankelijk van het type bacterie dat aanwezig was. Nog aanwezige besmetting in het invriesmedium na decontaminatie leidt altijd tot afkeuren van het weefsel.

Vrijgave

Na het beoordelen van de resultaten van de serologische, microbiologische en histopathologische testen, kan besloten worden tot het vrijgeven van het weefsel via een Quality Assessment Review. Na de vrijgave is het weefsel is beschikbaar voor transplantatie.